Moorkop

Gisteren ben ik de Hema ingelopen en heb een moorkop besteld. Voor het straks niet meer kan, dacht ik. Ik had er nog nooit een gehad. Het vriendelijke meisje dat duidelijk te jong was om te begrijpen wat er in vredesnaam mis kon zijn met een moorkop deed niet moeilijk. Ze gaf me er een, en ik at hem op. Gewoon, met de mond. En dan kauwen. Lekker.

Moorkop mag niet meer, want moorkop is neger. Zou kunnen. Ik baseer mijn taalkundige kennis in veel gevallen op Van Dale, en die kent het woord moorkop niet in de betekenis van neger. Volgens Van Dale is moorkop een zwart paard of een delfstof. Of een soort gebak dus. Geen neger. Ach nee, neger mag natuurlijk ook niet meer. Heel discriminerend. En zwarte? Nee, zwarte zeker niet. Negers mogen geen naam meer hebben. Over een paar jaar lezen de kinderen voor de literatuurlijst Het Roetveegverblijf van Oom Tom. U weet wel, van Harriet Beecher Stowe. Ik weet trouwens niet zeker of Oom nog wel mag, want ik heb ergens horen fluisteren dat de meeste incest tegenwoordig door Ooms wordt gepleegd.

De fatsoenscamorra verwart moorkoppen met Moren, inwoners van Mauretanië. Net als Letten inwoners zijn van Letland. En dan nog, stel dat moorkoppen negers waren, of kleurlingen (ik denk dat dat woord dan nog wél mag), de meeste kleurlingen die ik ken zijn aardige mensen. Waarom zou je een lekker gebakje niet naar aardige mensen mogen vernoemen? Enfin, ik heb gisteren voor het eerst een moorkop gegeten. En weet u, hij was wit van binnen.