Omrop

Wij mensen onderscheiden ons van dieren omdat we denken voor we wat doen. Denken. Niet nadenken meestal. Met die houding hebben we het onherroepelijke verval van onze planeet over ons afgeroepen. Om daar niet aan mee te werken, stel ik liever de wat meer filosofische vragen, zoals: bestaat muziek nog steeds na het slotakkoord? Of: hoe kan een pan vies worden van lekker eten? Plaatsvervangende schaamte rukte mij vorige week toch weer weg uit mijn filosofische roes. Het begon allemaal met een journaliste die door de lokale omroep op pad was gestuurd om voorbijgangers vervelende vragen over het coronavirus te stellen. Haar thema: Beïnvloedt het virus uw vakantieplannen? Duidelijk was dat de antwoorden niet te diep moesten gaan, omdat haar vragenlijstje dan niet meer klopte. Maar het werd nog erger.

Eén van de ondervraagden antwoordde dat hij niet op vakantie ging. Het was radio, dus ik zag de man niet, maar ik vermoedde dat we te maken hadden met een goed Nederlands sprekende vluchteling. Hij vertelde dat als hij ooit op reis zou gaan, hij naar Koerdistan ging. ‘Koerdistan? Goh!’ kwetterde het vrouwtje. Ja. Koerdistan. En om op de themavraag terug te komen: daar was geen coronavirus. De journaliste juichte: ‘Oh? Geen coronavirus? Dus het is veilig in Koerdistan! Dan zou ik daar snel een vakantie boeken als ik u was.’

Een lichte paniek maakte zich van mij meester, want met radio van dit niveau, journalisten die maar tot de provinciegrens kijken en geen weet hebben van de actualiteit, is elke vraag overbodig geworden. En wat moet een filosoof als ik zonder vragen?